Inleiding materiële cultuur

Postma heeft vanaf 1928 veel gepubliceerd over objecten uit het Friese verleden. Zijn belangstelling op het gebied van de materiële cultuur ging aanvankelijk vooral uit naar het boerenhuis (waarover hij al in 1919 publiceerde), later ook naar andere huizen, ook in de stad, naar dingen uit het volksleven als sport en spel, begrafenis en huwelijk, en naar een bonte verscheidenheid van andere zaken als tuinen, gereedschappen, huishoudelijke artikelen, eten en drinken, vermaak, kleding en interieur. Het boerenhuis heeft hij samenvattend en uitgebreid behandeld in het eerste deel van de Geschiedenis van de Friese landbouw (1952), dat van zijn hand is. Het loopt tot ongeveer 1700. De andere onderwerpen komen in zijn Oer it Fryske libben fan troch ‘en dei yn 16e en 17e ieu (1955) samenvattend en systematisch aan de orde. Dat boekje is een uitgebreide herdruk van De Fryske boerkerij en it Fryske boerelibben yn ‘e 16e en 17e ieu (1937) met weglating van de beschrijving van het boerenbedrijf.

De aandacht voor materiële cultuur is zeer kenmerkend voor Postma. In het gedicht ‘De idee fan Koarnwert’ (S301) stelt hij zich de vraag wat hoger plaats in de idee heeft, de werkzaamheid van de historische verbeelding of het aardse van een kinderspel met stenen op het ijs achter de zeedijk. Uitgangspunt van die overweging is een historische onjuistheid van de schrijver Ype Poortinga in wiens verbeelding van een scène in Cornwerd iets bestond dat nooit bestaan heeft. Het gedicht eindigt met de geestige regel: ‘O geast fan de histoarje, lit hjiroer jins ljocht skine!’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *