STILLE BODEN

STILLE BODEN

Langzaam drijven witte wolken
Langs de blauwe hemelbaan,
Door de winden voortgedragen
‘Waarheen zou de reis wel gaan?’
 
‘Komt gij, wolkjes, op uw tochten
In het verre land misschien,
Waar de zwaluwen vertoeven,
Wilt haar onze groet dan biên!
 
Zegt haar, dat de groene lente
Hier reeds lang haar intreê deed,
Zegt haar, dat de zonnestralen
Lang reeds smolten ’t sneeuwen kleed!
 
Spreekt haar van de bonte weide,
Van de bloesems, wit en rood,
Spreekt haar van het oude nestje,
Dat haar steeds een schuilplaats bood.’
 
En de zwaluw in het zuiden,
Van de wolk ontvangt z’ een groet,
En in ’t ruisen van het windje
Hoort z’ een stem zo zacht en goed..
 
’t Is als laat een vreemd verlangen
Haar geen ogenblik meer rust;
Door dat zoete lied betoverd
Droomt ze straks van weelde en lust.
 
En straks zweeft er aan de hemel
Weer een wolkje, zwart en klein;
Boven ’t dorpje daalt het neder ….
‘Ziet, daar zal de zwaluw zijn!’
     
Memini

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *