LENTE-LIEFDE

LENTE-LIEFDE
 
Komt na de doodse winter
de warme lentezon,
Dan brengt ze ’t jonge leven,
ontkluistert beek en bron;
Dan steken bonte bloemen
haar kopjes boven d’ aard,
Dan komen weer de vogels
en vullen bos en gaard.
 
De nachtegalen zingen
van liefde, schoon en waar,
Zij zingen voor hun liefje
en spreken slechts tot haar.
De vinken keuv’len vrolijk
en ieder doet zijn best:
Straks bouwt zich ieder paartje
te zaam een aardig nest.
 
Zo schijnt de zon der liefde
in onze gouden tijd:
De lente van het leven
is, liefde, u gewijd.
Gij doet de schoonste rozen
ontluiken in ’t gemoed,
Laat reine tonen ruisen,
zo wonder vol en zoet.
O.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *