Categorie archief: Algemeen

De dichter Postma en it lânskip

In kar út syn gedichten by it reiske fan it OPS op 23 maaie 2009

Ynlieding

Het landschap neemt een belangrijke plaats in de poëzie van Postma in. Ook al gaat het steeds over wat hij zelf gezien heeft, het betreft nooit alleen maar de locatie op zich. Er zit wat dat betreft iets paradoxaals in zijn gedichten: het incidentele van tijd en ruimte wordt beeld van een eeuwigheidservaring. Hij kiest de eeuwige beelden van wolken, weiden, wind en niet te vergeten zon met hier en daar een huis of een weg en soms ook een haven of wat schepen. Het landschap van Postma is niet wat het lijkt. Het zijn niet Piaam of Schraard of Allingawier en Kornwerd, hoe vaak hij daar ook over schrijft. Wat op het oog het Friese weideland leek, blijkt bij nadere beschouwing het beeld van een innerlijke beleving. In die weilanden manifesteert zich het leven, het leven als levenskracht. Natuur is voor Postma de draagster van licht en leven. Via de natuur is het landschap voor hem een kracht die hem opneemt in een bezield verband buiten tijd en ruimte. De sensatie één te zijn met heel de wereld is heel krachtig. Soms gebeurt het bij koel en helder weer in een ogenblik van heldere bewustheid, vaker is het in overrompelende beleving als natuur in bloei staat. Menselijk ervaren wordt begrepen als volkomen passief. Wij nemen aan wat de godheid, de vormer, voor ons heeft neergezet. In het gedicht Lang haw ik nei it arbeidershûs sjoen uit 1940 spreekt een venster en identificeert het zich met het weiland dat het ziet. De beschouwer valt op zijn beurt weer samen met dat venster. Zien is zijn. Iets dergelijks lijkt er aan de hand in het gedicht Op sokken dei – de wyn is koel en heech uit 1930.

Lees verder De dichter Postma en it lânskip